Geen Dominicus zonder Dominicanen, ook geen Dominicus zonder Jezuïeten, zonder Fons- Igkoor, Amsterdam, Thomas van Aquino, Huis van Bewaring, Havenstraat, Ignatiuscollege, Hobbemakade, Werkgroep voor Volkstaalliturgie en zonder al die personen die aan haar wieg hebben gestaan. Uiteraard zijn er daar de volhouders-bekenden: componisten en musici zoals Bernard Huijbers, Thom Jansen en Tom Löwenthal.
Het was de revolutionaire omwenteling van Latijn naar volkstaalliturgie, van besloten naar open, van uittredende en al dan niet trouwende Jezuïeten, van Mgr. Bekkers en Vaticanum-II. Het bleef allemaal behapbaar op tonen van gezang. Het schoolkoor, begin jaren-60 “bejongensd” door 30 sopranen, 30 alten, 30 tenoren en 30 bassen, was bepaald niet misselijk. Voor de koorleden van 1959 was alles nog zeer klassiek, missen werden gezongen in latijn. In de zestiger jaren bleek de tandem Oosterhuis-Huijbers niet te stoppen, tot verdriet van sommige paters op het IG, tot vreugd van vele anderen. Nog voordat Rome de altaren 180° had laten omdraaien en de liturgie had vervolkstaald, deden Ignatianen in de IG-kapel allang niets anders meer.
Onder leiding van Bernard Huijbers en Philip Engelen met oorspronkelijk op toetsen Hans de Bont, Kees de Wijs en natuurlijk spoedig Thom Jansen ontwikkelde zich een –muzikale en religieuze- gemeenschap.
Volkstaalliturgie, koor in de gemeente, altaar centraal, lekenvoorgangers, gehuwde pastores, kindernevendiensten, kerstelijk openhuis, boekentafel napraten met koffie met Joop en Gien, teamgewijze aanpak van de liturgie en toespraken waren initiatieven die in deze sfeer zich gemakkelijk konden ontwikkelen.
Deze aan het Ignatiuscollege en Jezuiten ontsproten initiatieven leiden tot wat de Dominicusgemeente voorstelt en waar ze voor staat.
Dominicusgemeente Amsterdam: Wij zijn opener de laatste jaren
Al sinds de jaren zestig kiezen sommige katholieke gemeenschappen voor een ‘vrije opstelling’, los van de officiële kerkelijke structuren. De Dominicus in Amsterdam is één van de oudste en grootste onafhankelijke gemeenschappen en net als de Amsterdamse studentenekklessia een rolmodel voor andere groepen. “Mensen beschouwen het echt als hún kerk. Hier wordt lief en leed gedeeld.”
